Chronisch nierfalen bij de hond en kat

Chronisch nierfalen wordt ook wel afgekort tot CKD (chronic kidney failure) of CNI (chronische nierinsufficiëntie). Honden en katten met CNI hebben een ziekte die onomkeerbaar is en levenslang behandeld moeten worden om de levenskwaliteit zo goed mogelijk te houden en verergering van de schade af te remmen. Chronisch nierfalen komt frequent voor bij oudere katten en honden. Wanneer er klachten optreden is vaak al meer dan de helft van de nierfunctie verloren gegaan. De nier verkleint door de toename van bindweefsel en verschrompelt, dit wordt een schrompelnier genoemd (zie foto). 


De symptomen van nierfalen.

  • Uw huisdier zal een verminderde eetlust hebben, doordat het lichaam zichzelf vergiftigt. Ureum is een afvalproduct van eiwitten, dat in de lever wordt gevormd en door de nieren wordt uitgescheiden. Wanneer de nieren niet goed werken hoopt ureum zich op in het lichaam en kunnen er onder andere maagzweren (= ulcera) ontstaan in het maagslijmvlies of in de mond.

  • Vermageren doordat de kat of hond minder eet en omdat hij eiwit verliest via de nieren.

  • Bij chronisch nierfalen stinkt uw huisdier erg uit zijn bek. Dit komt doordat afvalstoffen via het speeksel uitgescheiden worden.

  • Door de opstapeling van afvalstoffen kan uw huisdier gaan overgeven en/of diarree krijgen.

  • UW huisdier gaat meer plassen doordat de nieren het water niet meer terug kunnen resorberen uit de urine. Hierdoor moet uw huisdier heel veel extra gaan drinken om zijn watergehalte op peil te houden. Wanneer u ziet dat uw huisdier de laatste tijd aanzienlijk meer is gaan drinken dan vroeger, laat dit dan controleren door uw dierenarts.

  • Ondanks dat uw huisdier veel drinkt kan er uitdroging optreden. Als u de huid optrekt en deze loslaat dan blijft die in een plooi staan. Wanneer dit gebeurt dan is uw huisdier uitgedroogd.

  • Lusteloosheid en zwakte kunnen door uitdroging optreden. Bloedarmoede treedt vaak op doordat er minder rode bloedcellen worden aangemaakt. Nieren produceren het hormoon EPO (erytropoëtine). Dit hormoon stimuleert de aanmaak van rode bloedcellen. Als de nieren niet goed werken, ontstaat er een tekort aan rode bloedcellen in het bloed en krijgt het lichaam onvoldoende zuurstof. 

 

Diagnose van nierfalen.

Wanneer de nierfunctie voor meer dan 60% daalt, zullen er ziekteverschijnselen optreden. De nier kan de urine niet meer goed concentreren waardoor de concentratie daalt (het soortelijk gewicht). Honden en katten met nierfalen worden ingedeeld volgens de IRIS-classificatie (International Renal Interest Society). Dit is een classificering die door middel van het creatininegehalte in het bloed een huisdier onderverdeeld naarmate de ernst van nierfalen. Er zijn vier verschillende stadia: stage 1, 2, 3 en 4, waarbij stage 4 ´end stage kidney failure´ wordt genoemd. Met behulp van de hoeveelheid eiwitten in de urine en de bloeddruk worden honden en katten nog extra onderverdeeld in substadia, waardoor een goed behandelplan opgesteld kan worden. De verdeling in de vier stadia kan alleen gedaan worden nadat de hond of kat enkele weken stabiel is en de nierwaarden gelijk blijven.

 

  • Het soortelijk gewicht (SG) geeft de concentratie van de urine weer. Met een refractometer kan in de kliniek het soortelijk gewicht van de urine worden gemeten. Een normaal SG van de urine van een hond is 1.030 en die van een kat 1.035. Standaard wordt er bij verdenking van CNI een urineonderzoek uitgevoerd waarbij het SG wordt gemeten. Wanneer het SG tussen de 1.008 en de 1.015 ligt, wat betekent dat de urine niet geconcentreerd wordt, is dit sterk verdacht voor nierfalen. 

  • Bij nierfalen kan er zoveel nierschade zijn dat er eiwit in de urine komt. Dit gebeurt omdat de nieren de eiwitmoleculen doorlaten terwijl ze dit normaal gesproken niet doen. De hoeveelheid eiwit in de urine kan in een laboratorium bepaald worden, via de eiwit/creatinine ratio. Aangezien er ook eiwitten in de urine terecht kunnen komen doordat er een urineweginfectie of een bloeding aanwezig is, dienen deze oorzaken eerst uitgesloten te worden. Om een nauwkeurig resultaat te krijgen is het meten van de proteïne/creatinine ratio van enkele urinemonsters, die verspreid over twee weken opgevangen worden, het beste.

  • Vaak is er bij honden en katten met nierproblemen een urineweginfectie aanwezig. Dit komt doordat de urine niet meer goed geconcentreerd kan worden en bacteriën zich gemakkelijker kunnen vestigen. Het is dus van belang bij honden en katten met nierfalen altijd een bacteriologisch onderzoek van de urine uit te voeren. Bij katten kan er een urineweginfectie aanwezig zijn zonder dat uw kat ziekteverschijnselen toont. Ook bij een terugslag of verergering van een nierprobleem, moet er aan een bacteriologische blaas/nierontsteking worden gedacht.

  • Via een bloedonderzoek wordt gekeken naar de waarde van ureum en creatinine in het bloed. Wanneer de nierfunctie voor 70% - 80% is afgenomen, stijgen deze waarden (azotemie). Wanneer de waarden gestegen zijn, kan dit nog niets zeggen over de ernst van de situatie. De dieren zijn vaak uitgedroogd waardoor de waarden ook kunnen stijgen (prerenale uremie). Eerst moet uw huisdier gestabiliseerd worden door middel van een infuus, pas enkele dagen daarna kan gekeken worden of de waarden zijn gedaald. Andere belangrijke waarden die verhoogd of verlaagd kunnen zijn in het bloed zijn fosfor (verhoogd), kalium (bij katten vaak verlaagd), hematocriet (gedaald) en natrium/calcium.

  • Bloeddrukmeting. Als laatste onderdeel van het onderzoek wordt de bloeddruk gemeten. Huisdieren met nierfalen hebben een grotere kans op een te hoge bloeddruk (hypertensie). Een hoge bloeddruk kan de oorzaak zijn van het nierfalen, maar nierfalen kan ook een hoge bloeddruk veroorzaken. Het is belangrijk om regelmatig de bloeddruk te blijven controleren om verergering van nierfalen te voorkomen. Wanneer de bloeddruk te hoog is, kan er medicatie worden gegeven om de bloeddruk te verlagen. Klachten die kunnen optreden door een te hoge bloeddruk zijn: bloedingen in het oog, sufheid en depressie of een dronkenmangang. Ook kan een te hoge bloeddruk hypertrofische cardiomyopathie veroorzaken (verdikking van de wand van het hart). Bij het meten van de bloeddruk is het belangrijk dat uw huisdier rustig is en dat er verschillende metingen worden uitgevoerd om een nauwkeurig resultaat te krijgen.

Samengevat wordt uw huisdier door middel van het creatininegehalte in het bloed, gemeten wanneer de hond of kat na een infuusbehandeling gestabiliseerd is, ingedeeld in een stadium. Voor het creatininegehalte in het bloed geldt de volgende indeling die u kunt zien in het plaatje hiernaast. Vervolgens wordt de hond of de kat onderverdeeld aan de hand van de hoeveelheid eiwitten in de urine (UP/C ratio) en de gemeten bloeddruk. Dit is ook te zien in de plaatjes hiernaast. Voor meer informatie over de IRIS classificatie en de indeling klik hier. 

 

Therapie van nierfalen bij de kat

Een hond of kat met chronisch nierfalen is voor de rest van zijn leven nierpatiënt. Helaas is nierfalen niet te genezen en de behandeling van een nierpatiënt berust vooral op het voorkomen van verergering en het verbeteren van de levenskwaliteit. Veel honden en katten voelen zich slecht door de opstapeling van de afvalstoffen en moeten voor deze symptomen behandeld worden.

 

Wanneer een patiënt in ernstige toestand binnen wordt gebracht, de nierwaarden op het bloedonderzoek verhoogd zijn en de urine een laag soortelijk gewicht heeft, worden ze opgenomen in de kliniek. De mineralen zoals natrium, kalium en chloor worden ook gecontroleerd, om zo een goed passend infuus aan te leggen. Door uw huisdier aan een infuus te leggen worden de slechte stoffen uit het lichaam gespoeld en wordt de uitdroging verminderd.

 

Wanneer de hond of kat braakt, wordt er een antibraakmiddel gegeven, dat ze vaak iets beter laat voelen. Honden en katten die na een paar dagen, ondanks medicatie, het infuus en alle eetpogingen, niet willen eten kunnen een voedingssonde krijgen.

 

Als de kat of hond begint met eten is het optimaal als er meteen gestart kan worden met een nierdieet. Dit voer zal uw huisdier levenslang moeten krijgen. Een nierdieet bevat namelijk minder natrium, fosfor en proteïnen, waardoor de nieren ontlast worden (Royal Canin Renal of Hill’s K/D). Eet de hond of de kat dit niet in de kliniek dan is het belangrijker dat ze iets eten en wordt alles geprobeerd.

 

Indien de hond of kat gestabiliseerd is en weer zelf wil eten mag hij naar huis.

  • Het nierdieet wordt meegegeven in combinatie met ondersteunende medicatie die de doorbloeding van de nier bevorderen (ACE-remmers of Angiotensine Receptor Blokkers).

  • Afhankelijk van de aanwezigheid van proteïnurie en/of een te hoge bloeddruk, wordt hiervoor ook medicatie meegegeven (Amlodipine / Semintra)

  • Blijkt bij een volgende controle dat het fosforgehalte nog steeds te hoog is in het bloed, dan kunnen er fosfaatbinders worden meegegeven (ipaktine). Deze zijn beschikbaar in tabletjes of poeder.

  • Het is ook van belang dat uw huisdier genoeg drinkt, vaak wordt er dan ook natvoer geadviseerd, zodat hij meer vocht binnenkrijgt. Eventueel kunnen de brokken ook geweekt worden in water of kan er een drinkfontein neergezet worden.

  • Huisdieren met nierfalen kunnen door allerlei oorzaken bloedarmoede (anemie) ontwikkelen. Het is belangrijk om dit regelmatig te controleren en zo nodig te behandelen met een anabole steroïde injectie en VitamineB12 (Catosal)

  • Katten kunnen vaak een sterk verlaagd gehalte aan kalium hebben in hun bloed. Een typische houding die wordt gezien is het naar beneden houden van de kop, dit komt doordat er spierzwakte optreedt. Een te laag kaliumgehalte (hypokaliëmie) kan er ook voor zorgen dat de eetlust verminderd en moet dus gecorrigeerd worden. Extra kalium kan gegeven worden door middel van vloeistof (Kaminox) of tabletten

 

Controlebezoek

Het is van belang dat u uw huisdier na de opname en de diagnose regelmatig laat controleren. Pas nadat de nierwaarden na enkele weken stabiel blijven kan er chronisch nierfalen worden bevestigd en kan uw huisdier ingedeeld worden volgens de IRIS-classificatie. In de beginperiode zal er vaker een controlebezoek nodig zijn: om de twee weken, dan om de maand en dan ieder half jaar. Het lichamelijk onderzoek wordt herhaald, uw huisdier wordt gewogen, de bloeddruk wordt gemeten en de urine en het bloed wordt gecontroleerd.

  

Slaat de behandeling altijd aan?

Helaas kan het zijn dat een nierpatiënt zo slecht is dat het infuus na enkele dagen geen verbetering oplevert. Indien het uitzicht hopeloos is of de prognose slecht is dan wordt dit besproken met de eigenaar en zal euthanasie overwogen moeten worden om lijden te voorkomen.

 

    

 

huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes
huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes
huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes
huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes
huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes
huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes
huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes
huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes
huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes
huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes
huisdierenarts, dierenarts, dierendokter, michelle, heskes, hond, kat, reu, teef, kater, poes